Iedereen kan hoofdluizen krijgen! Maar vooral onze kinderen hebben meer kans om deze kriebeldiertjes op bezoek te hebben.
Hoofdluizen zijn helemaal niet gevaarlijk, ze maken ons niet ziek. Maar ze zorgen vaak voor heel wat ongemak.
Spijtig genoeg doen er heel wat verhaaltjes de ronde. Ze worden vaak in verband gebracht met slechte hygiëne. Maar niets is minder waar! Zelfs als je elke dag je haren wast, kan de hoofdluis je een bezoekje brengen. Je hoeft je er niet voor te schamen of je schuldig te voelen. ’t Kan immers de beste overkomen en het is zeker geen schande.
Wat is hoofdluis en hoe ziet ze eruit?
Hoofdluizen zijn kleine, langwerpige, vleugelloze, insecten. Ze zijn grijs tot bruin van kleur en meten ongeveer 3 mm. Hoofdluizen kunnen niet springen of vliegen, maar het zijn snelle lopers.
Luizen leven op de hoofdhuid van de mens. Ze voeden zich net als muggen door ons kleine prikjes te geven en zo bloed op te zuigen. Daarom heb je meestal jeuk als je luizenbezoek hebt.
Ze zitten het liefst op de warmste plaatsjes, zoals in de nek, achter de oren en onder de pony.
Het is net op die plaatsen dat de vrouwelijke luizen hun eitjes gaan leggen.
Die eitjes noemen we neten. Ze zijn ongeveer 1 mm groot, ovaal van vorm en vuilwit tot geelbruin van kleur.
De neten worden door mama-luis stevig vastgelijmd aan het haar op een afstand van 0,5 tot 1,5 cm van de hoofdhuid. Na ongeveer 10 dagen komt uit het eitje een jong luisje of nymf. Deze nymf groeit uit tot een volwassen mannetjes - of vrouwtjesluis en kan dan weer zelf eitjes leggen.
De lege neten blijven aan de haren zitten en zijn dan doffer en donkerder van kleur.
Hoe krijg je hoofdluis?
Hoofdluizen zijn geen springers, maar echte overlopers. Ze kunnen zich dus van de ene haardos naar de andere verplaatsen.
Dit gebeurt vooral wanneer twee hoofden heel dicht bij elkaar zijn, tijdens het spelen, stoeien, knuffelen,…
Heel af en toe lukt het de luizen ook om over te lopen van een jas, muts, kam,…naar…..
Hoe vind je ze?
Een luizenbezoek kondigt zich vaak aan met kriebels en jeuk op het hoofd. Maar dat is niet steeds het geval. Jeuk kan ook na een tijdje verdwijnen.
De neten zijn meestal de beste verklikkers van een luizenbezoek. Vaak worden neten verward met schilfertjes. Schilfertjes komen gemakkelijk los, maar neten zijn stevig vastgeplakt rond het haar en ze verwijderen gaat niet gemakkelijk.
Onderwerp de haardos dus aan een flinke hoofdhuidinspectie en kijk vooral achter de oren, nekstreek en onder de pony. Neten die verder dan 2 cm van de hoofdhuid verwijderd zijn, zijn in principe dode neten.
De luisjes zelf zijn niet zo gemakkelijk op te sporen. Je vindt ze door de haren te kammen met een speciale luizenkam. Het best buig je je hoofd voorover boven een wit blad papier, een witte lavabo of een witte handdoek.
Wat doe je als je luizen of levende neten vindt?
Als je niets vindt, hoef je niets te doen!!! Behandel alleen als je luizen of neten hebt! Overbodige behandelingen hebben als resultaat dat de bestaande producten minder en minder doeltreffend worden.
Inspecteer iedereen van je gezin en behandel iedereen die besmet is nog dezelfde dag
Vraag raad aan je apotheker. Hij kan je wegwijs maken in het aanbod van producten
Volg de instructies op de bijsluiter goed op
Na aanbrengen van het product blijf je dagelijks grondig kammen met de luizenkam en doe je dit gedurende 14 dagen
Ga de eerste week na de behandeling niet zwemmen, want chloorwater vermindert de nawerking van het product.
Behandel na 1 week opnieuw (op dag 8)
De Nat-kam-methode
Deze techniek kan je gebruiken om luizen op te sporen, maar ook om ze te behandelen.
Het is een kindvriendelijke, goedkope, milieuvriendelijke en alternatieve behandeling. Je hebt er enkel gewone shampoo, conditioner en een goede luizenkam voor nodig.
Hoe ga je te werk?
Was het haar met gewone shampoo
Breng overvloedig conditioner aan op het haar (laat 5 min. inwerken)
Kam knopen uit het haar met een gewone kam
Kam nu het haar van achter naar voor, tegen de schedelhuid aan, met een luizenkam (hoofd voorover). Begin bij het ene oor en schuif bij iedere kambeweging op naar het andere oor, van links naar rechts en van rechts naar links.
Veeg na elke kambeweging de luizenkam af aan een stuk wit keukenrolpapier en controleer op luizen en/of neten.
Spoel het haar uit en laat het zeer nat, kam vervolgens met de gewone kam het haar terug naar achter
Kam nu het haar met de luizenkam, van voor naar achter, van oor tot oor (het kind zit rechtop)
Na de kambeurt leg je de kam in een ontsmettingsmiddel (alcohol,…)
Deze behandeling herhaal je om de drie tot vier dagen gedurende twee weken.
Als je deze methode goed toepast, zou je na twee weken luizen- en netenvrij moeten zijn.
Heel belangrijk:
Verwittig steeds de school en alle mensen waar het kind vaak bij is (grootouders, opvang, vriendjes, jeugdvereniging). Weet dat je iedereen hiermee een dienst bewijst! Anders blijven de luizen verder verhuizen… en kunnen ze terug bij jouw kind terechtkomen.
En verder:
Was beddengoed, mutsen, sjaals en kledij op 60°C. Kan dit niet? Stop dan alles (ook knuffels) in een gesloten plastic zak gedurende een 10-tal dagen. Een andere methode is de zak gedurende 24 uur in de diepvries steken.
Reinig borstels en kammen in heet water gedurende 10 minuten.
Stofzuig zetels,…
Toch nog luizen?
Na een volledige behandeling zouden alle luizen weg moeten zijn en alle neten gedood. Merk je na 14 dagen dat er toch nog ongewenste haarbezoekers rondlopen, vraag dan aan je apotheker een ander product om de behandeling te herbeginnen.
Dode neten kunnen nog lang in het haar blijven kleven. Naarmate de haren groeien, groeien ze verder van de hoofdhuid weg. Ze zullen je niet meer besmetten, maar toch worden ze het best verwijderd. Het is een hele klus, maar zo kan je een nieuw luizenbezoek gemakkelijker ontdekken.
Je kan dit doen door je haren nat te maken met een water/azijnoplossing en dit 10 minuten laten inwerken. Nadien kammen met een fijne luizenkam. Het best krijg je ze eruit, door ze echt uit het haar te plukken.
Klaar is kees. …..Afgelopen?
Blijf gedurende 14 dagen het haar meermaals per week kammen met de luizenkam. Zo ben je er snel bij als er zich toch nieuwe haarbezoekers zouden aanmelden.
Controleer regelmatig het hoofd op nieuwe besmetting, liefst eenmaal per week.
Loopt het toch fout ondanks al je inspanningen? Aarzel dan niet en neem contact op met het kriebelteam, de schoolarts of de huisarts. Zo kan er samen gezocht worden naar een oplossing.
Voor luizen hoef je je niet te schamen. Als je besmet bent, lopen er zeker ook nog vele andere pechvogels rond.
Vergeet in elk geval niet je omgeving en de school in te lichten! Zo staan we samen sterk om die kriebeldieren de baas te blijven!